Ik voel me geen deskundige

Deskundige genoemd worden van een chronische ziekte waarvan je weet dat die iemand steeds meer zal invalideren, heeft ook een schaduwkant die zo nu en dan weer opdoemt. Namelijk het denken dat er van je verwacht wordt dat je iemand of iemands leven beter kan maken.

Ik voel me bijvoorbeeld geen parkinsondeskundige. Soms word ik zo genoemd en dan kan ik het woord bijna niet zonder blikken of blozen aanhoren. Maar ik weet dat het normaal gevonden wordt om zo genoemd te worden, omdat ik zo geschoold ben. Het enige moment waarbij ik even het gevoel had dat ik parkinsondeskundige ben, was toen ik net mijn opleiding klaar had en op een feestelijke manier mijn papiertje binnen haalde. Terwijl dan eigenlijk pas het avontuur begint. Want parkinson, bestaat in allerlei unieke vormen en maten. Juist de meest ongrijpbare situaties laten je het langst voor een raadsel staan. Dan voel ik me juist helemaal niet deskundig. Ik kan dan juist helemaal níets betekenen.

Misschien is dat wel de essentie van het ‘deskundig zijn’: het meest aangetrokken worden door specifieke problemen die je juist zó graag wil oplossen. Hoe deprimerend is het dan, als het jou als deskundige, ook niet lukt. Dat je er met alle betrokkenen het beste van probeert te maken, geeft ook niet altijd voldoening; je wil het juist góed doen.

Gelukkig is daar vaak de stem van degene die lijdt aan de ziekte of degene die ernaast staat: ‘Je bent juist van grote steun. Met jou kan ik goed over de ziekte praten.’ Dat is wel het mínste wat ik kan doen.

En als ik zie hoe snel lezingen van neurologen keer op keer voor zowel patiënten als voor hulpverleners volstromen met publiek, dan denk ik: iedereen is op zoek naar dé oplossing. We zitten ook allemaal in hetzelfde schuitje. Gedeelde smart is halve smart.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.